• Wim van den Hengel: Kijk. Cichorei. Ik heb de indruk dat dit plantje Ridderzuring verdringt.''

    Daan Bleuel
  • Wim van den Hengel controleert in de wei een zojuist geboren kalf.

    Daan Bleuel
  • Bericht uit de Leusder Krant van 1998, waarin een project van de Leusder Horstee wordt aangekondigd.

    Archief Leusder Krant

'Landbouw ging gebukt onder gebrek aan visie'

ACHTERVELD ,,In het stikstofdossier zijn veel onzinnige investeringen gedaan. Maatregelen, zoals dure mestroosters in de stallen, die achteraf niet bleken te werken. Het is tekenend voor de manier waarop de afgelopen decennia met de boer is omgegaan. Met een stortvloed aan ad-hoc maatregelen, zonder lange termijnvisie.'' Een gesprek met 'bioboer' Wim van den Hengel uit Achterveld.

Daan Bleuel

Wim van den Hengel stond in 1998 aan de basis van de milieucoöperatie ‘De Leusder Horstee’, die werd opgericht om milieuvriendelijke alternatieven te ontwikkelen voor de agrariërs. ,,Wij waren landelijk de eerste organisatie die ‘milieu’ zo hoog in het vaandel droeg. In andere delen van het land ging het vaak over weidevogelbeheer en dat soort zaken. Maar dat speelde in deze regio helemaal niet’’, aldus de Achterveldse bioboer.

De agrarische problematiek die er in 1998 onder lag (te veel fosfaat en uitstoot van stikstofverbindingen) is anno 2019 actueler dan ooit. Destijds hadden ook veel bedrijven te lijden onder de aangescherpte milieuwetgeving, waardoor het voortbestaan van veel bedrijven onder druk was komen te staan. De concrete aanleiding voor de grote boerenprotesten in Den Haag en bij provinciehuizen van de afgelopen week, waren naar aanleiding van politieke uitspraken dat de veestapel gehalveerd zou moeten worden.

,,In het stikstofdossier zijn veel onzinnige investeringen gedaan'', duidt Van den Hengel de huidige problematiek. ,,Maatregelen, zoals dure mestroosters in de stallen, die achteraf niet bleken te werken. Het is tekenend voor de manier waarop de afgelopen decennia met de boer is omgegaan. Met een stortvloed aan ad-hoc maatregelen, zonder lange termijnvisie’’, licht hij toe. Zelf gooide de Achtervelder in 1998 bedrijfsmatig het roer om. Hij schakelde op zijn veehouderij aan de Hessenweg over op biologische bedrijfsvoering.

CICHOREI ,,Kijk, dit is Cichorei.’’ Wim van den Hengel (64) zit op zijn hurken op een perceel weiland dat niet zo lang geleden met een kruidenrijk grasmengsel werd ingezaaid. Hij wijst naar een plantje dat nog maar net boven de grond staat. ,,Ik heb de indruk dat de aanwezigheid van Cichorei van invloed is op Ridderzuring’’, zegt hij. ,,Kijk maar. Hier staat dat onkruid nergens, maar'', vervolgt hij wijzend naar een belendend perceel, ,,daar staat het wél.’’ Ridderzuring is een hardnekkig onkruid dat boeren liever niet in hun weilanden aantreffen. Koeien eten het meestal niet, waardoor het ongestoord de ruimte krijgt en kan woekeren. En dat stelt biologische boeren voor een dilemma., want het gebruik van bestrijdingsmiddelen is uit den boze.

In dezelfde periode waarin hij -samen met anderen- de Leusder Horstee oprichtte, gooide Van den Hengel op zijn bedrijf ook het roer om. ,,In 1998 nam ik dat ingrijpende besluit. Ik wilde voedsel produceren zonder residuen van medicijngebruik en zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ik raakte het plezier in de traditionele manier van werken kwijt. Je kunt wel 9.000 liter melk per koe willen produceren, maar de rekening van de dierenarts werd ook steeds hoger. Toen drong het besef door: het moet anders! Ik heb me laten inspireren door Gerard Kok uit Achterveld die in deze streek een pionier was op het gebied van biologische landbouw. Het besluit viel in dezelfde tijd dat we bezig waren met de Leusder Horstee. Daarbinnen zochten we naar duurzame alternatieven en oplossingen voor problemen en verdienmodellen in de traditionele landbouw, waarin het streven naar grootschaligheid de enige weg leek.’’

DUURZAME TOEKOMST Van den Hengel is blij dat Landbouwminister Carola Schouten de sector naar een duurzame toekomst wil loodsen. Tegelijk neemt hij het ‘Den Haag’ kwalijk dat het de boeren de afgelopen jaren geen perspectief heeft geboden. Hij noemt de huidige stikstofcrisis ook het gevolg van gebrek aan visie van achtereenvolgende regeringen. ,,We staan op een omslagpunt. Na de Tweede Wereldoorlog lag het accent alleen maar op het streven naar maximale opbrengsten. Logisch, want in de wederopbouwperiode was het belangrijk zo snel mogelijk voldoende voedsel te produceren.’’

Van den Hengel herinnert aan Sicco Mansholt, de eerste minister van Landbouw van na de oorlog die later Commissaris in Europa werd. Hij ontwikkelde een plan waarin de landbouw verregaand werd gemoderniseerd. Schaalvergroting werd het sleutelwoord, met zeer verstrekkende gevolgen. Het landschap veranderde onder invloed van ruilverkavelingen, grote machines deden hun intrede, de werkgelegenheid in de sector liep door de automatisering gestaag terug. ,,Ik noem dat een periode van technische duurzaamheid. We staan nu voor de opdracht over te schakelen naar een natuurlijke duurzaamheid. Gericht op het realiseren van een evenwicht tussen natuur en landbouw.’’

GEBREK AAN VISIE Van den Hengel hekelt het gebrek aan visie dat de laatste jaren het beleid van het ministerie van Landbouw kenmerkte. Ook met verstrekkende gevolgen. ,,Sinds minister Braks is er -tot de komst van Carola Schouten- geen toekomstvisie op de sector meer geweest.’’ Aan het adres van staatssecretaris Martijn van Dam uit het kabinet Rutte 2 uit hij harde woorden: ,,Hij heeft de veehouderij vermoord.’’ Hij refereert aan het besluit om de melkquota los te laten. Die werden destijds ingevoerd om het melkoverschot, de boterberg, en het daarmee samenhangende mestprobleem onder controle te krijgen. ,,Het besluit om de melkquota los te laten heeft in korte tijd tot enorme excessen in de sector geleid. Boeren kochten massaal melkkoeien en maakten plannen om bedrijven uit te breiden. De overheid kon vervolgens op zijn vingers natellen dat dat fout zou lopen. Je hoefde maar naar de vergunningaanvragen te kijken om te kunnen voorspellen wanneer het mis zou gaan. Maar de overheid greep niet meteen in. En zo ontstond het fosfaatbeleid, dat niet nodig zou zijn geweest als de regering tijdig had opgetreden.’’

Van den Hengel snapt ook niet waarom Nederland zo gretig was om zogeheten Natura 2000-gebieden aan te wijzen (natuurgebieden die een Europese beschermde status hebben). ,,We hebben nu wel 166 Natura 2000 gebieden. Frankrijk maar 32! Nederland had volgens mij kunnen volstaan met het aanwijzen van de Veluwe en het Waddengebied. Maar dat plaatst ons nu voor extra problemen. En niet alleen de landbouwsector, het treft óók de bouw en de mobiliteit.’’

ZWALKEND BELEID ,,De boeren geloven de overheid niet meer’’, verzucht Van den Hengel die zelf ook kan meepraten over de gevolgen van zwalkend beleid. ,,Oók onder mevrouw Schouten’’, benadrukt hij. Hij rekent voor dat hij in 2017 als gevolg van maatregelen eerst 16 van de 60 koeien op het bedrijf moest inleveren. ,,Later kreeg ik te horen dat ik er weer 18 terug kreeg’’, zegt hij schamper. ,,En in 2018 moest ik weer terug van 57 koeien naar 42.’’ Het steekt hem ook dat hij bij die maatregelen over dezelfde kam werd geschoren als zijn grootschalig producerende, niet-biologische boeren. ,,Wij blijven met onze mestgift per hectare al járen vrijwillig onder het maximum toegestane. In die zin leveren we als biologische boeren al ons aandeel in het beperken van stikstof en fosfaatbelasting. Maar daar werd geen rekening mee gehouden. Het wordt tijd dat we in de landbouw beleid gaan maken op basis van werkelijke gegevens.’’

MAATSCHAPPELIJK ACTIEF Van den Hengel is nog steeds maatschappelijk actief. Zo zit hij in een provinciale commissie die mogelijkheden onderzoekt om CO2 (kooldioxide) te gebruiken om stikstof in de bodem te binden. ,,Hier heeft de overheid de landbouw keihard nodig! Ik denk dat de landbouw door een andere bedrijfsvoering, andere bemestingsmethoden, substantieel kan bijdragen aan het reduceren van stikstofverbindingen. De bodem is het reactorvat van de aarde. En zeker voor biologische boeren die géén kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken, is een gezonde bodem van levensbelang. Biologische boeren vinden de aanwezigheid van micorrhyza (ondergrondse netwerken van schimmeldraden) in de bodem belangrijk. Die schimmels zorgen voor mineralentransport. Zij kunnen ook bijdragen aan het vastleggen van stikstofverbindingen in de grond. Maar die organismen verdwijnen al snel als het gebruik van kunstmest om de hoek komt kijken. En daarmee wordt het natuurlijk evenwicht verstoord.''

Van den Hengel heeft wel ideeën over hoe het verder moet. ,,Voor de lange termijn moet er een visie zijn. Een stip op de horizon. Op de korte termijn kan de overheid er veel aan doen om de kostenkant van het boerenbedrijf naar beneden te krijgen. Door te dereguleren of door bijvoorbeeld te snijden in die onzinnige kosten voor fosfaatrechten. Maar de overheid zou ook de BTW op ‘gezonde’ producten zoals groenten kunnen verlagen.’’

CIRCULAIRE SAMENLEVING ,,Ik denk niet dat de consument (of de supermarkten) op korte termijn bereid zullen zijn meer voor onze producten zullen gaan betalen. Tegelijk is het noodzakelijk dat de omslag naar een circulaire landbouw (maar dat geldt eigenlijk voor de hele samenleving) gemaakt gaat worden. En ook dat heeft consequenties. Ik denk dat er bijvoorbeeld een fonds zou moeten komen voor boeren die willen omschakelen (naast een regeling die boeren kan helpen te stoppen met hun bedrijf). Zo’n omschakeling gaat gepaard met aanloopverliezen. Ik heb zelf zeven jaar nodig gehad om die draai te maken. Die kosten zijn voor veel boeren nu te hoog om de beslissing te nemen over te schakelen op circulaire landbouw.’’ Maar om niet al te somber te eindigen: ,,Ik zie ook ontwikkelingen die voorzichtig de goede kant op gaan.’’